Poedercoaten, rilsaneren en natlakken: verschillen en toepassingen
Poedercoaten, rilsaneren en natlakken zijn drie technieken voor onderdelen van een koeler die geen warmte overdragen: waterkasten, deksels, frames en mantels. Poedercoaten geeft een harde, krasvaste laag in elke RAL-kleur, rilsaneren een dikke, stoot- en slijtvaste laag en natlakken een flexibele, strakke afwerking. Op het warmtewisselend oppervlak komen ze niet. Dit artikel legt uit waarom.
In het kort
Poedercoaten, rilsaneren en natlakken zijn technieken voor koelerdelen die geen warmte overdragen, zoals waterkasten, deksels, frames en mantels. Poedercoaten geeft een harde, krasvaste laag in elke RAL-kleur, rilsaneren een polyamidelaag van circa 400 µm die zeer stoot- en slijtvast is, en natlakken een flexibele afwerking die eenvoudig te herstellen is. Voor het warmtewisselend oppervlak zijn ze te dik, te isolerend of niet dicht genoeg.
Drie technieken voor onderdelen die geen warmte overdragen
Poedercoaten, rilsaneren en natlakken zijn drie technieken om een beschermende en afwerkende laag aan te brengen op onderdelen die geen warmte hoeven over te dragen: waterkasten, deksels, frames, mantels en leidingwerk. Ze verschillen in proces, laagdikte, uiterlijk en slijtvastheid, en daarmee in de onderdelen waarvoor ze geschikt zijn.
Alle drie komen ze bij Novocoatings naast de coatingsystemen voor het warmtewisselend oppervlak voor. Een koeler bestaat immers niet alleen uit een pijpenbundel of lamellenpakket. De waterkast, het deksel en het frame vragen om een eigen bescherming. Het overzicht van alle systemen staat op de coatingpagina.
Poedercoaten: elektrostatisch aanbrengen en in de oven uitvloeien
Poedercoaten is een elektrostatisch proces. Het werkstuk wordt geaard en het poeder, meestal op basis van epoxy, polyester of een combinatie van beide, krijgt in het spuitpistool een elektrische lading. De geladen poederdeeltjes worden naar het werkstuk getrokken en blijven eraan kleven, ook op randen, hoeken en lastig bereikbare plekken. Daarna gaat het werkstuk de oven in: het poeder smelt, vloeit uit tot een gesloten film en hardt uit.
De laagdikte ligt doorgaans in de orde van enkele tientallen tot ruim honderd micrometer. Het resultaat is een harde, krasvaste en egale laag die in alle RAL-kleuren leverbaar is, glanzend of mat. Poedercoaten is oplosmiddelvrij en geeft weinig verlies, omdat overgespoten poeder opgevangen kan worden. Nadelen: het werkstuk moet de oventemperatuur verdragen, de laag is minder flexibel dan natlak en plaatselijk herstel is lastig.
Geschikt voor: waterkasten, deksels, frames, beugels en behuizingen die een strakke, slijtvaste afwerking in kleur nodig hebben.
Rilsaneren: wervelsinteren met polyamide
Rilsaneren is het aanbrengen van een dikke polyamidelaag (PA 11, een kunststof op basis van ricinusolie) via wervelsinteren. Het werkstuk wordt voorverwarmd tot boven het smeltpunt van het poeder en daarna in een bak met opgewerveld poeder gedompeld. Het poeder smelt op het hete oppervlak en vormt in één keer een dikke, gesloten laag. Een naverwarming laat de laag glad uitvloeien.
De laag is met circa 400 µm aanzienlijk dikker dan bij poedercoaten of natlakken. Daardoor is een rilsan coating uitzonderlijk stoot- en slijtvast en biedt hij een uitstekende chemische en corrosiebescherming. De afwerking is glad en licht glanzend, in een beperkt aantal kleuren. Beperkingen: het werkstuk moet voorverwarmd kunnen worden, scherpe randen en dunne wanden zijn lastig, en de laagdikte is te groot voor oppervlakken die warmte moeten geleiden.
Geschikt voor: waterkasten en deksels die in contact staan met zeewater, koelwater of chemisch belast water, en voor onderdelen die mechanisch zwaar belast worden.
Natlakken: spuiten in lagen
Natlakken is het klassieke spuiten van een vloeibare lak, meestal een twee-componenten systeem op basis van epoxy of polyurethaan, vaak als primer met een toplaag. De lak wordt met een spuitpistool in één of meer lagen aangebracht en hardt uit aan de lucht of in een droogcabine. De laagdikte per laag ligt in de orde van tientallen micrometers; de totale opbouw hangt af van het systeem.
Natlak is van nature flexibel, geeft een strakke uitstraling en vormt een goede corrosiewerende laag voor binnen- en buitentoepassingen. De kleurkeuze is vrijwel onbeperkt en plaatselijk herstel is eenvoudig. Nadelen: oplosmiddelen, een langere droogtijd dan bij poedercoat en een lagere krasvastheid.
Geschikt voor: mantels, frames, onderdelen die niet in een oven kunnen of te groot zijn, en voor bijwerken en herstel.
Vergelijking: laagdikte, uiterlijk, slijtvastheid en bestendigheid
| Kenmerk | Poedercoaten | Rilsaneren | Natlakken |
|---|---|---|---|
| Proces | Elektrostatisch spuiten, uitvloeien in de oven | Wervelsinteren op een voorverwarmd werkstuk | Spuiten, drogen aan de lucht of in een cabine |
| Laagdikte (orde) | Tientallen tot ruim 100 µm | Circa 400 µm | Tientallen µm per laag |
| Uiterlijk | Egaal, alle RAL-kleuren, glans of mat | Glad, licht glanzend, beperkte kleuren | Strak, diverse kleuren |
| Slijtvastheid | Hard en krasvast | Zeer stoot- en slijtvast | Flexibel, minder krasvast |
| Chemische bestendigheid | Goed | Uitstekend | Goed, afhankelijk van het systeem |
| Herstel | Lastig | Lastig | Eenvoudig |
| Typische onderdelen | Waterkasten, deksels, frames | Waterkasten, deksels | Mantels, frames, grote delen |
Waarom deze lagen niet op het warmtewisselend oppervlak komen
Alle drie de technieken leveren een laag die voor het warmtewisselend oppervlak van een koeler te dik, te isolerend of niet dicht genoeg is. Een polyamidelaag van 400 µm vormt een thermische barrière die het rendement van een pijpenbundel merkbaar verlaagt. Poedercoat bereikt de binnenzijde van buizen en de ruimte tussen lamellen niet gelijkmatig en kan die ruimte zelfs dichtzetten. Natlak is te flexibel en te open om langdurige onderdompeling in zeewater of een heet procesmedium te weerstaan.
Het warmtewisselend oppervlak vraagt om een dunne, dichte, warmtegeleidende laag die tot in de kern van het werkstuk komt: de phenol-epoxy inbrandcoating. Lees hoe die laag ontstaat en waarom dikker niet beter is.
Voorbehandeling geldt voor alle drie
Ook poedercoat, polyamide en natlak hechten alleen op een schone, actieve ondergrond. Deksels, waterkasten en pijpleidingen worden daarvoor doorgaans gestraald: walshuid, roest en oude lagen verdwijnen en het oppervlak wordt ruw, zodat de laag mechanisch verankert. Bij Novocoatings kunnen deze onderdelen op verzoek gestraald worden. Meer daarover op de pagina voorbehandeling en in het artikel over chemisch voorbehandelen.
Wat betekent dit voor jouw koeler?
Zie een koeler als twee delen met elk een eigen coating. Het warmtewisselend oppervlak krijgt een inbrandcoating. De waterkast, het deksel en het frame krijgen een poedercoat voor een harde afwerking in kleur, een rilsan coating waar stoten, slijtage en agressief water samenkomen, of natlak waar flexibiliteit, formaat of herstel de doorslag geven. Novocoatings verzorgt de drie technieken naast de coatingsystemen voor warmtewisselaars. Meer vergelijkingen vind je in het thema industriële coatings. Voor advies beschrijf je de onderdelen via het contactformulier en mail je foto's of tekeningen naar info@novocoatings.com.
Bronnen
- A comparative study of the fluidized-bed coating of cylindrical metal surfaces with various thermoplastic polymer powders (Journal of Materials Processing Technology, 1999) University of Surrey
- ISO 8130-6:2021 Coating powders: Determination of gel time of thermosetting coating powders at a given temperature ISO
- Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies EUR-Lex (Europese Unie)
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen poedercoaten en rilsaneren?
Beide gebruiken poeder en warmte, maar anders. Bij poedercoaten wordt het poeder elektrostatisch op een koud werkstuk gespoten en daarna in de oven uitgevloeid, met een laag van tientallen tot ruim 100 µm. Bij rilsaneren wordt een voorverwarmd werkstuk in opgewerveld polyamidepoeder gedompeld, met een laag van circa 400 µm. Poedercoat is harder en kleurrijker, een rilsan coating dikker en stootvaster.
Is poedercoaten geschikt voor onderdelen in zeewater?
Voor onderdelen die af en toe nat worden of in een atmosferische omgeving staan wel. Voor waterkasten en deksels die permanent met zeewater in contact staan, biedt een dikke polyamidelaag via rilsaneren een betere chemische en corrosiebescherming. Welke techniek past, hangt af van het medium en de mechanische belasting.
Kan een gerilsaneerde waterkast plaatselijk gerepareerd worden?
Beperkt. Een beschadiging in een polyamidelaag kan tijdelijk worden afgedicht met een koudhardend systeem, maar dat haalt de slijtvastheid van de oorspronkelijke laag niet. Bij grotere schade wordt de laag verwijderd en het onderdeel opnieuw gerilsaneerd.
In welke kleuren zijn de technieken leverbaar?
Poedercoaten is leverbaar in alle RAL-kleuren, glanzend of mat. Natlakken is leverbaar in diverse kleuren. Bij rilsaneren is de kleurkeuze beperkt, omdat de bescherming en niet de afwerking vooropstaat.
Verder lezen in dit thema
Heat-cured of cold-cured: welke coating kies je wanneer?
Vergelijkingstabel en beslisregels: wanneer een inbrandcoating de juiste keuze is en wanneer een koudhardende coating.
Lees het artikel
Laagdikte, hechting en kwaliteitscontrole van industriële coatings
Waarom een dunne, dichte laag beter beschermt dan een dikke, hoe laagdikte en hechting worden gecontroleerd en waarom procesparameters gelogd worden.
Lees het artikel
Epoxy, vinylester en fenolhars: de verschillen tussen coatinghars
Drie harsfamilies vergeleken: hoe ze uitharden, waartegen ze bestand zijn en op welke onderdelen elke hars thuishoort.
Lees het artikelVragen over jouw installatie?
Beschrijf je installatie; tekeningen of foto's mail je naar info@novocoatings.com. Je krijgt een helder advies over coating, voorbehandeling en doorlooptijd.