Chemisch voorbehandelen: ontvetten, beitsen, passiveren en spoelen

Chemisch voorbehandelen van metaal is een vloeistofproces in vaste volgorde: ontvetten, beitsen, passiveren, naspoelen en gecontroleerd drogen. Elke stap maakt het oppervlak klaar voor de volgende, en elke stap die wordt overgeslagen of slecht wordt nagespoeld, komt later als hechtingsprobleem terug. Dit artikel legt uit wat er per stap met het metaal gebeurt.

Gecoate pijpenplaat met wit afgeplakte randen tijdens het coatproces

In het kort

Chemisch voorbehandelen van metaal is het reinigen en activeren van het oppervlak met vloeistoffen in een vaste volgorde: ontvetten, beitsen, passiveren, naspoelen en gecontroleerd drogen. Omdat een vloeistof geen zichtlijn nodig heeft, bereikt hij ook de binnenzijde van buizen, spleten en lamellen. Een overgeslagen stap of slecht naspoelen komt later terug als blaasvorming, ondercorrosie of slechte hechting.

Wat is chemisch voorbehandelen van metaal?

Chemisch voorbehandelen is het reinigen en activeren van een metaaloppervlak met vloeistoffen in plaats van met mechanische kracht. Het werkstuk doorloopt een reeks baden of sproeistappen waarin achtereenvolgens vet wordt verwijderd, oxiden worden opgelost, het blanke metaal wordt gestabiliseerd en alle chemie weer wordt weggespoeld. Daarna wordt het werkstuk gedroogd en kan het gecoat worden.

Het grote verschil met stralen is dat een vloeistof geen zichtlijn nodig heeft. Hij stroomt in buizen, tussen lamellen en in spleten, en hij neemt opgeloste verontreiniging mee naar buiten. Daarom is het voor warmtewisselaars met een pijpenbundel of een lamellenpakket de gangbare route. Het artikel hoort bij het thema voorbehandeling; waarom een schone ondergrond zo bepalend is, lees je in waarom voorbehandeling de hechting bepaalt.

Stap 1: voorspoelen en ontvetten

Ontvetten verwijdert olie, vet en los vuil, en het is altijd de eerste stap omdat een vette ondergrond geen enkele volgende vloeistof toelaat. Een beitsbad bijt zich niet door een olielaag heen; het metaal eronder blijft dan onbehandeld. Voorspoelen met water haalt eerst het losse vuil, slib en grove aanslag weg, zodat het ontvettingsbad niet onnodig vervuilt.

Het ontvetten zelf gebeurt meestal in een warm, alkalisch bad. Alkalische reinigers bevatten loog of vergelijkbare basen, die dierlijke en plantaardige vetten verzepen tot wateroplosbare zepen, en tensiden, die minerale olie emulgeren en in de vloeistof opnemen. Warmte verlaagt de viscositeit van de olie en versnelt de reactie. Bij metalen die niet tegen sterke loog kunnen, zoals aluminium, wordt een milder bad gebruikt. Na het ontvetten moet het metaal volledig door water bevochtigd worden: een druppel die uitvloeit in plaats van parelt, laat zien dat het vet weg is.

Stap 2 en 3: beitsen en passiveren

Beitsen lost oxiden, walshuid, roest en aanslag op met een zuur, zodat het blanke metaal vrijkomt. Welk zuur en welke concentratie geschikt zijn, hangt af van het metaal: staal, roestvast staal, koper en koperlegeringen vragen elk een eigen beitsmiddel. Het zuur reageert met de oxiden en zet ze om in oplosbare zouten die met de vloeistof meegaan. Het metaal zelf wordt daarbij licht aangetast; een inhibitor in het bad remt die aantasting, zodat alleen de oxidelaag verdwijnt en het basismateriaal intact blijft.

Direct na het beitsen is het oppervlak chemisch actief: blank metaal zonder beschermende laag, dat binnen minuten opnieuw met zuurstof reageert. Zonder vervolgstap ontstaat een losse, ongecontroleerde oxidelaag, bij staal zichtbaar als vliegroest. Passiveren voorkomt dat door een dunne, dichte en goed hechtende oxide- of conversielaag aan te brengen. Die laag is zo dun dat hij de warmteoverdracht niet beïnvloedt, maar hij houdt het oppervlak gedefinieerd tot het moment van coaten. Hoe dat per metaal werkt, staat in het artikel over passiveren.

Stap 4: naspoelen en gecontroleerd drogen

Naspoelen verwijdert de laatste restanten chemie en opgeloste zouten, en het is de stap die het vaakst wordt onderschat. Elk bad laat een film vloeistof achter op het werkstuk, in de vaktaal versleping. Blijft er beits- of passiveerresidu achter in een buis of tussen lamellen, dan zit er straks een zoutnest of een zuurrest onder de coating. Dat geeft precies de blaasvorming en ondercorrosie die de voorbehandeling had moeten voorkomen.

Goed naspoelen gebeurt daarom in stappen, met schoon water en bij voorkeur met een laatste spoeling in ontzout water, zodat er bij het drogen geen kalk- of zoutvlekken ontstaan. Daarna volgt het drogen, en dat moet gecontroleerd gebeuren. Te langzaam drogen geeft op staal vliegroest en laat water in capillaire ruimten staan. Te heet of te ongelijk drogen kan spanningen geven. Warme, droge lucht in een vaste tijd en temperatuur droogt het werkstuk tot in de kern, inclusief de binnenzijde van buizen en de voet van lamellen.

Waarom volgorde en spoelen ertoe doen

De stappen bouwen op elkaar en kunnen niet van plaats wisselen. Een paar voorbeelden maken dat duidelijk.

  • Beitsen vóór ontvetten: het zuur bereikt het metaal niet onder de vetlaag, de oxiden blijven zitten en het bad raakt vervuild met olie.
  • Passiveren overslaan: het blanke metaal oxideert ongecontroleerd, de coating hecht op een losse laag.
  • Niet spoelen tussen de baden: alkalisch ontvettingsmiddel wordt in het zure beitsbad gesleept en neutraliseert het; zuur wordt in het passiveerbad gesleept en verstoort de laagvorming.
  • Slecht naspoelen: zuur- of zoutresten blijven onder de coating achter en geven blazen en ondercorrosie.
  • Te lang wachten tussen drogen en coaten: het oppervlak neemt opnieuw vocht en stof op.

Tijd, temperatuur en concentratie per bad bepalen het resultaat. Een bad dat te koud is of uitgeput raakt, levert een oppervlak dat er schoon uitziet maar het niet is. Daarom hoort bij een chemisch voorbehandelingstraject het meten en vastleggen van die parameters, zodat elk werkstuk hetzelfde proces doorloopt.

Wat betekent circulair in een wasstraat?

Een circulaire wasstraat is een installatie waarin water en chemie zo veel mogelijk in een gesloten kringloop blijven in plaats van na één keer gebruik te worden geloosd. In de praktijk kan dat verschillende dingen betekenen: spoelwater dat in tegenstroom over meerdere spoelstappen wordt hergebruikt, baden die worden gefilterd en bijgevuld in plaats van ververst, en opgeloste metalen en vet die uit de vloeistof worden afgescheiden en apart afgevoerd. Het resultaat is minder waterverbruik, minder chemicaliënverbruik en minder afvalwater per werkstuk.

Voor de kwaliteit van de voorbehandeling is circulair werken geen nadeel, mits de baden worden bewaakt. Een gesloten kringloop vraagt juist om meer meting en regeling, omdat de samenstelling van de baden niet vanzelf wordt ververst. Novocoatings behandelt warmtewisselaars voor in een circulaire wasstraat die in eigen beheer is ontwikkeld. Het werkstuk doorloopt daarin volautomatisch het hele traject van voorspoelen tot naspoelen, gevolgd door een droogsessie. Meer over die werkwijze staat op de pagina voorbehandeling.

Wat betekent dit voor jouw warmtewisselaar?

Voor een pijpenbundel, een box cooler of een lamellenkoeler is chemisch voorbehandelen de manier om het hele oppervlak schoon en actief te krijgen, inclusief de plekken die je niet ziet. Let bij een aanbieder op drie dingen: of alle stappen in de juiste volgorde worden doorlopen, of er tussen de baden en aan het einde grondig wordt gespoeld, en of het werkstuk gecontroleerd wordt gedroogd voordat de coating erop gaat. Vraag ook wat er na de voorbehandeling in het werkstuk achterblijft; bij een goed uitgevoerd vloeistofproces is dat niets. Op die ondergrond brengt Novocoatings de phenol-epoxy inbrandcoatings in meerdere lagen aan, telkens in de oven uitgehard.

Bronnen

  1. NEN-EN-ISO 8504-1:2019 Preparation of steel substrates before application of paints and related products: Surface preparation methods, Part 1: General principles NEN / ISO
  2. ASTM A967/A967M Standard Specification for Chemical Passivation Treatments for Stainless Steel Parts ASTM International
  3. Surface Treatment of Metals and Plastics (BREF) Europese Commissie (JRC)

Deel dit artikel

LinkedIn WhatsApp E-mail

Veelgestelde vragen

Kan elk metaal chemisch voorbehandeld worden?

De meeste metalen in warmtewisselaars wel: staal, roestvast staal, koper, messing, koper-nikkel en aluminium. De samenstelling van de baden, vooral het beits- en passiveermiddel, verschilt per metaal. Een werkstuk met meerdere metalen, zoals koperen buizen in een stalen pijpenplaat, vraagt een traject dat beide materialen verdraagt.

Tast beitsen het metaal aan?

Een beitsbad lost in de eerste plaats oxiden op, maar het zuur reageert ook licht met het blanke metaal. Een inhibitor in het bad en een beperkte beitstijd houden die aantasting verwaarloosbaar. Bij hoogvast staal wordt daarnaast rekening gehouden met waterstofopname tijdens het beitsen.

Hoe lang mag een voorbehandeld werkstuk wachten op de coating?

Zo kort mogelijk. Een gepassiveerd en gedroogd oppervlak is stabiel, maar neemt bij opslag opnieuw vocht, stof en vingervet op. In de praktijk wordt een werkstuk daarom direct na de droogsessie gecoat, in dezelfde gecontroleerde omgeving.

Waarom wordt ontzout water gebruikt bij de laatste spoeling?

Leidingwater bevat kalk en andere opgeloste zouten. Bij het drogen blijven die als kristallen op het oppervlak achter en vormen ze later zoutnesten onder de coating. Ontzout water laat bij het drogen niets achter.

Vragen over jouw installatie?

Beschrijf je installatie; tekeningen of foto's mail je naar info@novocoatings.com. Je krijgt een helder advies over coating, voorbehandeling en doorlooptijd.